BLUNT&PULPBotte feiten.
Botte opinie.
Politiek · Moties

Kamer neemt twee ontraden ov-moties aan bij de begroting Infrastructuur en Waterstaat

Op 3 november 2026 stemde de Tweede Kamer over 35 moties bij de begroting Infrastructuur en Waterstaat 2027. Alle 19 moties waarover het kabinet het oordeel aan de Kamer liet, werden aangenomen; onder het kabinet-Jetten haalt 97,2 procent van zulke moties het. Van de 12 ontraden moties waarover gestemd werd, haalden er 2 het, allebei over het ov. De ene vraagt een landelijk permanent reisverbod in het ov mogelijk te maken voor recidiverende overlastplegers (77 tegen 73). De andere vraagt te bezien hoe de bezuinigingen op het regionale ov kunnen worden voorkomen (76 tegen 74); daar stemden de drie coalitiepartijen tegen, die samen 66 van de 150 zetels hebben.

Redactie Blunt · 4 november 2026 · Zo rekenden we

Interieur van een bus met in het midden een paal met OV-chipkaartlezer en enkele onherkenbare passagiers, als blauw stippenraster
Beeld: bewerking van een foto van Mauritsvink (2010), Wikimedia Commons, publiek domein.
Delen

Bij vrijwel elke motie geeft het kabinet een advies, de appreciatie: het laat het oordeel aan de Kamer, ontraadt de motie of noemt haar bijvoorbeeld overbodig. Dit stuk legt die appreciaties bij de begroting van Infrastructuur en Waterstaat naast de uitslagen van 3 november.

Het advies en de uitslag

Bij deze begroting staan 42 moties in de open data van de Kamer. Vijf daarvan zijn vervangen door een gewijzigde versie, zodat het om 37 voorstellen gaat. Over 35 is gestemd; 2 zijn aangehouden.

Van de moties waarover het kabinet het oordeel aan de Kamer liet, werden alle 19 aangenomen. Onder het kabinet-Jetten haalt 97,2 procent van zulke moties het. Van de 12 ontraden moties waarover gestemd werd, verwierp de Kamer er 10. De 2 moties die het kabinet overbodig noemde, werden ook verworpen. Daarnaast nam de Kamer 2 gewijzigde moties aan waarbij de open data geen appreciatie geven; de oorspronkelijke versies hadden oordeel Kamer gekregen.

In een brief van 3 november, ondertekend door minister Vincent Karremans en staatssecretaris Annet Bertram, beoordeelde het kabinet drie gewijzigde moties. Twee daarvan waren in hun oorspronkelijke vorm ontraden (de ene “tenzij gewijzigd”) en haalden het na wijziging met oordeel Kamer: die van het lid Van der Plas (BBB) om de Kamer richting de Voorjaarsnota 2027 te informeren over de geraamde besparingen (104 tegen 46 zetels), en die van de leden Keijzer (eenmansfractie) en Goudzwaard (JA21) om de voor- en nadelen in kaart te brengen van een aparte status voor grootschalige structurele infrastructuurprojecten (147 tegen 3). De motie van het lid Keijzer (eenmansfractie) om de financiële onderbouwing van bredere veiligheids- en defensiegerelateerde uitgaven per begroting met de Kamer te delen, noemde het kabinet overbodig; ze werd verworpen met 54 tegen 96.

Reisverbod in het ov: 77 tegen 73

De motie van het lid Prickaertz (PVV) “verzoekt de regering landelijke permanente reisverboden voor het openbaar vervoer mogelijk te maken voor recidiverende overlastplegers”. Staatssecretaris Bertram ontraadde haar in het debat van 29 oktober: “Die wordt ontraden, zij het met de toevoeging, zoals ik net zei, dat het systeem dat nu niet toelaat, maar ik ga wel met JenV opnemen hoever we kunnen komen.” Over zulke verboden zei ze ook: “Daarbij loop je wel tegen de grens van de proportionaliteit op. Het OM heeft uiteraard de bevoegdheid om iemand een permanent verbod op te leggen.” (ongecorrigeerd verslag)

De Kamer nam de motie aan met 77 tegen 73 zetels. Voor stemden VVD, PVV, JA21, FVD, Groep Markuszower, BBB, ChristenUnie, SGP, SP en Lid Keijzer. Tegen stemden D66, CDA, PRO, DENK, PvdD, 50PLUS en Volt.

De Kamer stemde eerder over reisverboden in het ov. In april 2025 nam de vorige Kamer een ontraden motie van het lid Heutink (PVV) over landelijke en permanente reisverboden aan, met 78 tegen 72. In juni 2026 verwierp de Kamer met 72 tegen 77 een verdergaande motie van de leden Prickaertz en Vondeling (PVV). Die verzocht de regering “om alsnog uitvoering te geven aan de aangenomen moties door landelijke en permanente reisverboden voor overlastgevers in het openbaar vervoer actief op te leggen en te handhaven”. De motie van nu vraagt zulke verboden mogelijk te maken, en alleen voor recidiverende overlastplegers. Bij beide stemde de VVD voor en stemden D66 en CDA tegen. Bij deze motie stemden ChristenUnie, SP en Lid Keijzer voor en 50PLUS tegen; bij de motie van juni was dat andersom (Lid Keijzer deed toen niet mee).

Regionaal ov: 76 tegen 74

De motie van het lid De Hoop c.s. (PRO), mede ingediend door de leden Grinwis (ChristenUnie), Beckerman (SP), Kostić (PvdD) en Van der Plas (BBB), verzoekt de regering “in overleg met vervoerders en regionale overheden te bezien hoe de bezuinigingen op het regionale ov kunnen worden voorkomen en de middelen die na de evaluatie van het Nederland Dal Vrij-ticket overgebleven zijn, hierbij te betrekken, en de Kamer uiterlijk bij de komende Voorjaarsnota hierover te informeren”. Staatssecretaris Bertram ontraadde haar: “De motie op stuk nr. 22 ontraad ik, omdat ik, zoals ik al heb uitgelegd, niet vooruit kan lopen op de inzet van eventuele overgebleven middelen.” Ze voegde toe: “Bovendien heeft het ministerie van Financiën er ook een say in.” Op een punt van het lid Grinwis zei ze: “Ik wil toezeggen dat ik specifiek op dit punt laat zien tot hoever ik gekomen ben met de vervoerders.” (ongecorrigeerd verslag)

De Kamer nam de motie aan met 76 tegen 74 zetels. Voor stemden twaalf oppositiefracties: PRO, PVV, JA21, FVD, BBB, ChristenUnie, DENK, PvdD, SGP, SP, 50PLUS en Volt. Tegen stemden D66, VVD en CDA, die bij de stemming samen 66 van de 150 zetels hadden. Ook Groep Markuszower en Lid Keijzer stemden tegen; samen kwam de tegenkant op 74 zetels.

Ook over het regionale ov stemde de Kamer eerder. In juli 2025 nam de vorige Kamer met 84 tegen 66 een verdergaande, ook ontraden motie van het lid De Hoop c.s. (GroenLinks-PvdA) aan. Die vroeg de regering af te zien van de voorgenomen bezuiniging en bij de begroting voor 2026 met een financiële oplossing te komen; de motie van nu vraagt te bezien hoe de bezuinigingen kunnen worden voorkomen. D66, CDA en VVD stemden toen ook tegen.

Ter vergelijking

Bij de tien begrotingen voor 2027 waarover al gestemd is, nam de Kamer 12 van de 110 ontraden moties aan: 10,9 procent. Bij Infrastructuur en Waterstaat waren het er 2 van de 12; het verschil is te klein om iets over te zeggen. Per begroting geven we geen percentage. De begrotingsbehandelingen lopen nog, dus de aantallen kunnen oplopen.

Over alle moties sinds het aantreden van het kabinet-Jetten op 23 februari 2026 gaat het om 119 van de 1296 ontraden moties: 9,2 procent. Gewijzigde moties zonder appreciatie in de open data vallen daarbuiten, zodat dat percentage eerder te laag dan te hoog is.

Wat dit stuk niet meet

De brief van 3 november bevat ook de appreciaties van drie amendementen van het lid El Abassi (DENK), de enige amendementen in de brief; het kabinet ontraadt ze alle drie. Over geen van de 14 amendementen op deze begroting is al gestemd. Dit stuk gaat daarom alleen over moties.

De redenen die het kabinet voor zijn advies gaf, komen uit het verslag van het debat van 29 oktober. Waarom fracties stemden zoals ze stemden, meet het stuk niet; bij deze twee moties gaven fracties geen stemverklaring. Een aangenomen motie is een verzoek aan de regering. Wat het kabinet ermee doet, en of de verzoeken juridisch of praktisch uitvoerbaar zijn, valt erbuiten.


Verantwoording

Bron. Moties bij de begroting Infrastructuur en Waterstaat 2027 (Kamerstuk 37 020 XII) en bij de andere begrotingen voor 2027 waarover al gestemd is, uit de open data van de Tweede Kamer, stand van 4 november 2026. De motieteksten van nr. 22 en nr. 29 en van de eerdere moties uit juni 2026, april 2025 en juli 2025. De brief van de regering met de appreciaties van amendementen en gewijzigde moties (2026D54992, 3 november 2026). De redenen van het kabinet komen uit het ongecorrigeerde verslag van de vergadering van 29 oktober 2026, het ontbreken van stemverklaringen uit het ongecorrigeerde verslag van de stemmingen van 3 november. Het kabinet-Jetten is gerekend vanaf 23 februari 2026, de dag van aantreden, op de datum van indiening van een motie.

Definities. Gestemd: aangenomen of verworpen. Ontraden: het kabinet gaf de motie het oordeel ontraden, ook “ontraden, tenzij gewijzigd”. Oordeel Kamer: het kabinet liet het oordeel aan de Kamer. Een gewijzigde motie telt als eigen motie, zoals in de open data; een vervangen motie herkennen we aan de verwijzing “t.v.v.” bij de gewijzigde versie. Coalitie: D66, VVD en CDA. Zetels: de stemmingen gingen met handopsteken; dan telt de hele fractie mee, ongeacht hoeveel leden aanwezig waren.

Kleine aantallen. Of 2 van de 12 afwijkt van 10,9 procent, is getoetst met een 95%-betrouwbaarheidsinterval (Wilson): dat loopt van 4,7 tot 44,8 procent, en 10,9 procent ligt daarbinnen.

Afronding. Percentages zijn half naar boven afgerond op één decimaal. Per begroting staat geen percentage, omdat de aantallen daarvoor te klein zijn.

Niet gemeten. Amendementen; de uitvoering van aangenomen moties; de beweegredenen van fracties; de inhoud en het gewicht van een motie.

Meer in Politiek →

Delen