Welke stichtingen jaar na jaar rijkssubsidie krijgen
In 2025 ging 42% van de rijkssubsidie aan ontvangers met naam naar organisaties die in de open data van het Rijk als stichting staan. Een deel van die stichtingen krijgt jaar na jaar miljoenen. Hoe groot die groep is, hangt sterk af van de gekozen grens. Het gaat onder meer om geld van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en uit het begrotingshoofdstuk voor ontwikkelingshulp. De wet staat structurele subsidie onder voorwaarden toe. Wat het geld oplevert, staat niet in deze cijfers.

Het Rijk publiceert elk jaar hoeveel geld het uitgeeft en aan wie, per financieel instrument: de vorm waarin het geld gaat, zoals een subsidie of een opdracht. Die open data staan op rijksfinancien.nl. Sinds 2020 staan er per betaling ook de ontvanger en het KvK-nummer in. Elke betaling valt in een hoofdstuk van de rijksbegroting en daarbinnen onder een post: de regeling of het budget waaruit is betaald. Elke post heeft een naam. Een regeling is de regel op basis waarvan een ministerie subsidie geeft.
Dit stuk gaat alleen over subsidies en stelt drie vragen. Hoeveel gaat naar stichtingen? Welke stichtingen krijgen jaar na jaar veel? En bij welke posten is er precies één ontvanger?
Hoeveel naar stichtingen gaat
In 2025 betaalde het Rijk 13.297,4 miljoen euro aan subsidie. Bij 28% daarvan is de ontvanger in de bron geanonimiseerd. Van de 9.543,7 miljoen euro aan ontvangers met naam ging 3.986,6 miljoen naar stichtingen: 42%. Dat is het strenge aandeel: alleen ontvangers die in de bron steeds als stichting staan. Tellen ook ontvangers mee die in de bron daarnaast een andere rechtsvorm hebben, dan is het 4.199,8 miljoen euro, of 44%. Dat brede aandeel is een bovengrens. Van de 3.986,6 miljoen ging 245,7 miljoen euro naar ziekenhuizen, hogescholen, universiteiten en andere instellingen die een stichting zijn.
Een vergelijking met eerdere jaren zegt weinig. Het geanonimiseerde deel wisselt sterk: van 79% in 2020 tot 11% in 2024. Hoe groter dat deel, hoe minder geld aan een stichting kan worden toegeschreven. De reeks per jaar zegt dus niets over een trend.
Jaar na jaar: het aantal hangt af van de grens
Welke stichtingen krijgen structureel geld? Dat hangt af van het bedrag dat een stichting per jaar minstens moet krijgen:
| Grens per jaar | Elk jaar 2020–2025 | In minstens 5 van de 6 jaren |
|---|---|---|
| 1 miljoen euro | 66 | 134 |
| 3 miljoen euro | 27 | 59 |
| 5 miljoen euro | 17 | 40 |
| 10 miljoen euro | 7 | 15 |
Bij een grens van 5 miljoen euro kregen 40 stichtingen dat bedrag of meer in minstens vijf van de zes jaren. Samen kregen ze 4.297,9 miljoen euro subsidie in zes jaar, waarvan 764,4 miljoen in 2025. Van die 40 kregen er 17 elk jaar minstens 5 miljoen euro.
Bij 13 van de 23 andere is 2022 het jaar onder de grens. In dat jaar ging op hoofdstuk XVII, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp, 709,6 miljoen euro naar geanonimiseerde ontvangers. Of een stichting in de lijst staat, hangt dus ook af van wat de bron in één jaar niet toont. Van de 40 kregen er 20 (ook) subsidie uit dat hoofdstuk.
Zeven van de 40 zijn een ziekenhuis, hogeschool, universiteit of zorggroep. Bij de drie hogescholen en de Radboud Universiteit ging in zes jaar via andere instrumenten dan subsidie elk meer dan 1.000 miljoen euro; bij de twee ziekenhuizen vrijwel niets. Ziekenhuizen worden vooral betaald via de zorgverzekering. Ook andere stichtingen kregen geld via een ander instrument. ZOA kreeg bijvoorbeeld 10,9 miljoen euro als “Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties”. Wat een stichting in totaal van het Rijk krijgt, kan dus hoger zijn dan het subsidiebedrag.
De 17 die elk jaar minstens 5 miljoen euro subsidie kregen:
| Stichting | 2020–2025 (mln euro) | 2025 (mln euro) | Grootste post in 2025 | Ministerie(s) | Ander instrument 2020–2025 (mln euro) |
|---|---|---|---|---|---|
| Nationaal Programma Grieppreventie (SNPG) | 655,5 | 80,4 | “SUB Vaccinaties” | VWS | 0,0 |
| Cordaid | 512,6 | 99,6 | “Noodhulpprogramma’s” | BHO, BZ, KR | 0,0 |
| Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) | 236,5 | 43,5 | “SUB Medisch specialistische zorg” | SZW, VWS | 0,0 |
| Oxfam Novib | 164,4 | 15,6 | “Versterking maatschappelijk middenveld” | BHO, OCW | 0,0 |
| VluchtelingenWerk Nederland* | 150,4 | 27,3 | “Subsidies: Vluchtingenwerk Nederland” | AenM, JenV, OCW, SZW, VWS | 0,0 |
| Solidaridad Nederland* | 133,6 | 37,1 | “Duurzame productie en handel” | BHO, BZ | 30,8 |
| 113 Zelfmoordpreventie | 100,3 | 22,4 | “SUB (Lokaal) gezondheidsbeleid” | VWS | 0,0 |
| Vredesbeweging Pax Nederland | 89,6 | 13,9 | “Versterking maatschappelijk middenveld” | BHO, BZ | 0,0 |
| Aidsfonds - Soa Aids Nederland | 88,9 | 8,8 | “SUB Bevordering van de seksuele gezondheid” | BHO, JenV, OCW, VWS | 0,0 |
| ZOA | 81,9 | 9,6 | “Voedselzekerheid” | BHO | 10,9 |
| Both ENDS | 70,7 | 11,2 | “Versterking maatschappelijk middenveld” | BHO | 0,0 |
| Movisie | 66,4 | 13,8 | “SUB Kennis en informatiebeleid” | BZK, JenV, LVVN, OCW, SZW, VWS | 3,3 |
| De Driemaster* | 51,0 | 9,5 | “SUB Schippersinternaten” | EZ, OCW, VWS | 0,0 |
| Kenniscentrum Sport en Bewegen | 49,7 | 9,3 | “SUB Kennis en innovatie sportbeleid” | VWS | 0,0 |
| VeiligheidNL | 43,9 | 8,9 | “SUB Letselpreventie” | IenW, JenV, VWS | 0,0 |
| Fair Wear Foundation | 43,2 | 6,9 | “Versterking maatschappelijk middenveld” | BHO | 0,0 |
| De Kindertelefoon* | 39,2 | 7,8 | “SUB Jeugdstelsel” | VWS | 0,0 |
Ministerie(s): alle begrotingshoofdstukken waaruit een stichting in 2020–2025 subsidie kreeg, op alfabet en niet naar bedrag. AenM: Asiel en Migratie; BHO: Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp (hoofdstuk XVII); BZ: Buitenlandse Zaken; BZK: Binnenlandse Zaken; EZ: Economische Zaken; IenW: Infrastructuur en Waterstaat; JenV: Justitie en Veiligheid; KR: Koninkrijksrelaties; LVVN: Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur; OCW: Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; SZW: Sociale Zaken en Werkgelegenheid; VWS: Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
* Onder hetzelfde KvK-nummer staat in de bron ook een andere naam: Stichting Limena bij De Driemaster (in 2023 het hele bedrag), Vereniging VluchtelingenWerk Nederland (in 2020 en 2021), World Vision bij Solidaridad en in 2025 “Stichting De Kindertelefoon locatie Utrecht” bij De Kindertelefoon. Gaat het om een andere organisatie, dan kloppen de bedragen niet. De Driemaster, VluchtelingenWerk en De Kindertelefoon zouden dan niet meer elk jaar boven de grens zitten, en VluchtelingenWerk valt dan ook uit de 40. Gaat het bij alle drie om een andere organisatie, dan worden het er 14 en 39.
In de 655,5 miljoen euro van SNPG over zes jaar zitten ook betalingen voor COVID-19 in 2021 en 2022. Volgens het RIVM “coördineert” SNPG “de uitvoering van de jaarlijkse griepvaccinatiecampagne”.
Waarom structureel kan
“Een bestuursorgaan verstrekt slechts subsidie op grond van een wettelijk voorschrift dat regelt voor welke activiteiten subsidie kan worden verstrekt”, zegt artikel 4:23 van de Algemene wet bestuursrecht. Volgens het derde lid, onder c, is zo’n voorschrift niet nodig “indien de begroting de subsidie-ontvanger en het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld, vermeldt”. Dat heet een subsidie op naam. Andere vaste subsidies hebben een kaderwet als grondslag, zoals de Kaderwet VWS-subsidies.
Een subsidieregeling “bevat een tijdstip waarop de regeling vervalt”, “niet later dan vijf jaren na de inwerkingtreding”, en onder voorwaarden uiterlijk tien jaren (artikel 4.10 van de Comptabiliteitswet 2016). Dat geldt voor regelingen waarop subsidie “op aanvraag” wordt verstrekt. Subsidies op naam in de begroting vallen daar niet onder, en subsidies “die het karakter hebben van bekostiging van een instelling” ook niet, volgens de toelichting bij Aanwijzing 6a van de Aanwijzingen voor subsidieverstrekking.
Uit hoofdstuk XVII ging een deel van het geld via het beleidskader Versterking maatschappelijk middenveld 2021–2025: 1.290 miljoen euro voor 42 partnerschappen, gekozen via een tenderprocedure (Kamerstuk 34 952, nr. 140). Een post met die naam is in de tabel bij vier stichtingen de grootste. Zo’n meerjarige toekenning ziet er in de bron uit als een vaste betaling per jaar. De opvolger, Focus, heeft 490 miljoen euro voor 2026–2030 (Kamerstuk 36 180, nr. 168). Het kabinet baseerde dat kader onder meer op tussentijdse beoordelingen van de lopende partnerschappen en een eerdere evaluatie door de IOB, de Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie. Een externe partij evalueert het nieuwe kader.
Posten met precies één ontvanger
In 2025 hadden 53 posten van minstens 5 miljoen euro precies één ontvanger met naam, samen 1.629,1 miljoen euro. Bij 15 daarvan was die ontvanger een stichting, samen 302,6 miljoen euro. Minstens zeven van de 53 posten dragen de naam van de ontvanger. Bij de stichtingen zijn dat het Juridisch Loket (56,6 miljoen euro), VluchtelingenWerk Nederland (21,1 miljoen) en het Delta Climate Center (8,2 miljoen). Zo’n postnaam wijst op een subsidie op naam, maar bewijst die niet.
Bij twee stichtingen wijzen de postnaam en de naam van de ontvanger erop dat het geld voor anderen bedoeld is: het Tijdelijk Noodfonds Energie (56,3 miljoen euro, post “Energiefonds”) en SBOH Maatschappij en Gezondheid (41,9 miljoen, post “SUB publieke gezondheidszorgopleidingen”). Of en hoe zij het geld doorgeven, staat niet in de bron.
Het aantal posten met één ontvanger loopt op van 12 in 2020 tot 53 in 2025. Dat komt mede door een andere indeling van de posten in 2025; de jaren zijn daardoor niet goed te vergelijken.
Wat dit stuk niet meet
- Wat het geld oplevert. De bron bevat betalingen, geen resultaten. Evaluaties, zoals die van de IOB, vallen buiten deze cijfers.
- Of een stichting het geld zelf besteedt. Een stichting kan het geld doorgeven aan anderen. De bron zegt dat niet.
- Een vergelijking met zorginstellingen. Die worden vooral betaald via de Zorgverzekeringswet en de Wet langdurige zorg. Dat geld staat niet in deze bron.
- Of er concurrentie was. Precies één ontvanger op een post in één jaar zegt niet of er een aanvraagronde of tender was.
- Wat is toegekend. De bron telt betalingen in een jaar. Het Juridisch Loket kreeg 0,1 miljoen euro in 2024 en in totaal 56,9 miljoen in 2025. Een jaar met weinig of geen betaling en een jaar met een inhaalbetaling komen voor.
- Of naam en rechtsvorm kloppen. Onder één KvK-nummer staan soms twee organisaties. Het UWV, een zelfstandig bestuursorgaan, staat in de bron als stichting en telt in geen van beide aandelen mee. Ook het ministerie bij een ontvanger kan door een verkeerde koppeling onjuist zijn. De instellingen zijn herkend aan hun naam; de lijst kan daardoor onvolledig zijn.
Verantwoording
Bron. De open data over financiële instrumenten van rijksfinancien.nl (CC0): de bestanden https://www.rijksfinancien.nl/sites/default/files/bestanden/open_data/Financiele_instrumenten_2017-2024.csv en https://www.rijksfinancien.nl/sites/default/files/bestanden/open_data/Financiele_instrumenten_2025.csv. Alleen het instrument subsidie, betalingen in 2020–2025, zonder inflatiecorrectie. Zes posten waar een tegenboeking op een geanonimiseerde ontvanger de betalingen aan ontvangers met naam opheft, zijn weggelaten, onder meer die van Nuffic in 2025. Het citaat over SNPG komt van https://www.rivm.nl/griep-griepprik/griepprik/nationaal-programma-grieppreventie (gewijzigd 1 juni 2026).
Definities. - Stichting: bepaald per ontvanger (KvK-nummer) over alle jaren. In het strenge aandeel tellen alleen ontvangers die in de bron steeds als stichting staan. In het brede aandeel tellen ook ontvangers met daarnaast een andere rechtsvorm mee. Het UWV telt in geen van beide mee. De 40 en de 17 stichtingen en de 245,7 miljoen euro voor instellingen zijn streng geteld. - Structureel: minstens het grensbedrag (1, 3, 5 of 10 miljoen euro) in minstens vijf van de zes jaren, of in elk jaar. - Precies één ontvanger: één ontvanger met naam op een post binnen een begrotingshoofdstuk, in één jaar. Bij geen van de 53 posten van 2025 staat daarnaast een geanonimiseerde ontvanger. - Instelling: een stichting met ziekenhuis, kliniek, hogeschool, universiteit, umc, zorggroep of school in de naam.
Controle. De citaten en wetteksten zijn op 5 november 2026 door de eindredactie in de bron nagelezen. Van elke genoemde ontvanger zijn naam, KvK-nummer en rechtsvorm in de ruwe bronregels gecontroleerd. Een tweede openbare bron is alleen voor SNPG geraadpleegd.