BLUNT&PULPBotte feiten.
Botte opinie.
Stemmingen · Moties

Volt krijgt 46 procent van de gestemde moties aangenomen, stemt het vaakst met PRO en gaf met één zetel nooit de doorslag

Volt diende sinds het aantreden van het kabinet-Jetten 97 moties in. Over 80 is gestemd, 37 werden aangenomen: 46 procent, zesde van veertien oppositiefracties. Volt en PRO stemmen met geen andere fractie zo vaak gelijk als met elkaar; buiten de coalitie stemt geen paar zo vaak hetzelfde. Wijkt Volt af van PRO, dan stemt de fractie meestal met de coalitie mee, net als meer kleine fracties. Met één zetel was Volt in geen van de 4099 stemmingen beslissend, Lid Keijzer, de andere eenmansfractie, drie keer op 3791; of een blok van kleine fracties de doorslag gaf, is niet gemeten.

Redactie Blunt · 31 oktober 2026 · Zo rekenden we

De lege plenaire zaal van de Tweede Kamer, als blauw stippenraster
Beeld: bewerking van een foto van Husky, Wikimedia Commons, CC BY 4.0.

Volt heeft één zetel in de Tweede Kamer. Wat doet zo’n fractie? Dit stuk kijkt naar wat daarvan in de open data van de Kamer te meten is: de moties die Volt indient, hoe Volt stemt, en of de stem van Volt ooit de uitslag bepaalde. Debatten, schriftelijke vragen, amendementen en commissiewerk vallen erbuiten.

We bekeken alle moties en alle stemmingen met handopsteken van 23 februari 2026, toen het kabinet-Jetten aantrad, tot en met 31 oktober 2026. Voor alle zeventien fracties gelden dezelfde maten, zodat Volt naast de andere fracties staat.

Moties: 46 procent van de gestemde moties aangenomen, zesde van de oppositie

Volt diende in deze periode 97 moties in als eerste indiener. Over 80 daarvan is gestemd, en 37 werden aangenomen: een rendement van 46 procent.

Van de veertien oppositiefracties staat Volt zesde. Erboven staan ChristenUnie (93 procent), 50PLUS (77), SGP (75), PRO (71) en JA21 (66). Tussen JA21 en Volt zit twintig procentpunt. Daaronder volgt een groep tussen 44 en 30 procent, met FVD apart: BBB (44), PvdD (40), Lid Keijzer (36, over 25 gestemde moties, een klein aantal), DENK (33), Groep Markuszower (33), SP (32), PVV (30) en FVD (13). De coalitiefracties halen meer: CDA 99 procent, D66 98, VVD 94,7.

Naast PRO, de fractie waarmee Volt het vaakst gelijk stemt, valt Volt lager uit: 46 tegen 71 procent. Dat is ook een vergelijking van één zetel met twintig. Bij moties die een fractie alleen indiende, is het 38 tegen 65 procent. Moties die het kabinet ontried, halen het bij beide zelden: bij Volt 3 van de 34, bij PRO 9 van de 112. Van de 37 aangenomen moties van Volt waren er dus 34 niet door het kabinet ontraden, net als bij PRO (314 van 323) en JA21 (209 van 229).

Ook de partner maakt uit. Van de moties die Volt alleen indiende, werden er 18 van de 48 aangenomen; samen met andere oppositiefracties 9 van de 21, samen met een coalitiefractie 10 van de 11. De laatste twee zijn kleine aantallen.

Dan de verworpen moties: 43 van de 80. Bij 31 daarvan had het kabinet de motie ontraden, een vergelijkbaar deel als bij PRO (103 van de 135 verworpen moties) en JA21, de oppositiefractie direct boven Volt (85 van de 117). Ook dat Volt de meeste verworpen moties alleen indiende, 30 van de 43 (12 samen met andere oppositiefracties, 1 samen met een coalitiefractie), geldt voor beide: bij PRO 90 van de 135, bij JA21 86 van de 117.

Volt wijkt wel af bij de 46 moties die het kabinet niet ontried, een groep waarin ook moties zonder oordeel in de open data zitten. Daarvan werden er bij Volt 34 aangenomen en 12 verworpen (26 procent); bij PRO werden er 32 van de 346 verworpen (9 procent), bij JA21 32 van de 241 (13 procent). Dat verschil zit niet bij de moties waarover het kabinet het oordeel aan de Kamer liet: daarvan verwierp de Kamer bij Volt 1 van de 30, bij PRO 8 van de 277 en bij JA21 7 van de 182. Het zit in twee kleinere groepen. Bij een ander oordeel van het kabinet, zoals ontijdig, overbodig of het verzoek de motie aan te houden, of zonder expliciet oordeel, verwierp de Kamer bij Volt 5 van de 5 moties, bij PRO 13 van de 18 en bij JA21 16 van de 30. Bij moties waarvan het oordeel niet in de open data staat, vaak gewijzigde moties, waren het er bij Volt 6 van de 11, bij PRO 11 van de 51 en bij JA21 9 van de 29. Onder 30 gestemde moties zijn dat kleine aantallen: bij Volt in beide groepen, bij PRO (18) en JA21 (29) in één.

Per zetel dient Volt veel moties in: 97, alleen de SP komt hoger (109). Telt elke motie mee waarop Volt staat, ook als mede-indiener, dan is het 199, het hoogste per zetel van de Kamer. Ieder Kamerlid dat in een debat het woord voert, kan moties indienen, ongeacht de omvang van de fractie. Wat een fractie indient, groeit dus niet vanzelf mee met haar zetels: de SP diende met drie zetels 326 moties in, PRO met twintig zetels 588. Daardoor komen kleine fracties die veel indienen per zetel hoog uit. De eerste zeven plaatsen gaan naar fracties met één tot drie zetels. Eén zetel alleen is niet genoeg: Lid Keijzer, ook een eenmansfractie, staat met 36 per zetel tiende, en met mede-indieningen meegeteld negende (77). Het verschil met PRO blijft groot: 97 tegen 29 moties per zetel als eerste indiener.

Volt tekent ook vaak mee. Bij 102 moties van een andere fractie stond Volt als mede-indiener, tegen 97 als eerste indiener: van alle moties waarop Volt staat, is de fractie bij 49 procent de eerste. Bij PVV (93 procent) en FVD (85) ligt dat aandeel veel hoger, bij de coalitiepartijen rond de helft of lager (CDA 33, VVD 48, D66 49). De helft van Volts mede-ingediende moties, 51, kwam van PRO. In aantallen tekenen andere fracties vaker mee bij de 588 moties van PRO: ChristenUnie 81 keer, SP 79, D66 76 en PvdD 75. Dat is gangbaar: ook 50PLUS, ChristenUnie, D66, PvdD en SP tekenen het vaakst mee bij PRO, al is het aandeel bij Volt het hoogst, met de PvdD (48 procent) vlak erachter en de SP (37) verder weg. Van de 84 mede-ingediende moties van Volt waarover gestemd is, werden er 68 aangenomen (81 procent), net als bij 50PLUS en PRO en iets minder dan bij ChristenUnie (83), SGP (84) en JA21 (86). Alles bij elkaar staat Volt op 105 aangenomen moties, meer dan de 37 die het als eerste indiende.

Telt ook mede-indienen mee, dan krijgt Volt 64 procent van de gestemde moties aangenomen (105 van 164): nog steeds zesde van de oppositie, nu 9 procentpunt onder JA21 en 11 onder PRO.

Volt krijgt 46 procent van zijn gestemde moties aangenomen, zesde van de oppositie

Aangenomen moties als aandeel van de gestemde moties, als eerste indiener, per oppositiefractie; tussen haakjes het aantal gestemde moties (onder 30 een klein aantal). Moties ingediend sinds 23 februari 2026.

Bekijk de cijfers als tabel
Fractie (gestemd)Aangenomen
ChristenUnie (174)93%
50PLUS (65)77%
SGP (137)75%
PRO (458)71%
JA21 (346)66%
Volt (80)46%
BBB (238)44%
PvdD (128)40%
Lid Keijzer (25, klein aantal)36%
DENK (248)33%
Groep Markuszower (120)33%
SP (297)32%
PVV (377)30%
FVD (157)13%
Bron: Tweede Kamer, open data (moties en besluiten), stand 31 oktober 2026

Stemgedrag: het vaakst gelijk met PRO

Volt en PRO stemden in 3660 van de 4099 stemmingen hetzelfde: 89,3 procent. Volt stemt met geen fractie zo vaak gelijk als met PRO, en PRO met geen fractie zo vaak als met Volt. Het volgende paar in de oppositie, PvdD en PRO, komt op 85 procent. Met coalitiepartij D66 stemt Volt in 77 procent van de stemmingen gelijk.

De Kamer stemt vaak eensgezind, en dat trekt alle paren omhoog. In 313 stemmingen stemden alle fracties hetzelfde. Laat je die weg, dan stemmen Volt en PRO in 88 procent gelijk. Volt–PRO is dan het derde meest gelijkstemmende paar van de Kamer, na CDA–VVD en CDA–D66 (allebei 91 procent), en vóór D66–VVD (85). Met de unanieme stemmingen erbij blijft die volgorde gelijk. Volt en PRO liggen daarmee dichter bij elkaar dan elk ander paar buiten de coalitie.

Na twee coalitieparen stemmen Volt en PRO het vaakst gelijk

Aandeel stemmingen met handopsteken waarin twee fracties hetzelfde stemden (voor of tegen), de acht meest gelijkstemmende paren van de Kamer, sinds 23 februari 2026.

Bekijk de cijfers als tabel
PaarGelijk gestemd
CDA–VVD (coalitie)91,7%
CDA–D66 (coalitie)91,6%
Volt–PRO89,3%
D66–VVD (coalitie)86,3%
PRO–PvdD85,2%
PvdD–SP85,1%
PRO–SP83,3%
Volt–DENK82,3%
GroenLinks-PvdA en PRO samen als PRO. Bron: Tweede Kamer, open data (stemmingen), stand 31 oktober 2026

Afwijkingen van PRO: vaker wel dan niet met de coalitie

Iets meer dan een op de tien keer stemt Volt anders dan PRO: in 439 van de 4099 stemmingen. In 400 daarvan stemden CDA, D66 en VVD alle drie hetzelfde. Volt stemde dan 277 keer met de coalitie mee en PRO 123 keer: Volt in 69 procent van die gevallen.

Is dat veel? Daarvoor zetten we Volt naast alle kleine oppositiefracties, met hoogstens drie zetels, elk tegenover de fractie waarmee ze het vaakst gelijk stemt.

Fractie Stemt het vaakst als Anders gestemd Waarvan coalitie eensgezind Daarvan mee met coalitie
SGP Lid Keijzer 786 687 522 (76%)
Volt PRO 439 400 277 (69%)
ChristenUnie 50PLUS 826 661 394 (60%)
SP PvdD 609 530 298 (56%)
BBB Lid Keijzer 845 747 354 (47%)
50PLUS ChristenUnie 826 661 267 (40%)
Lid Keijzer SGP 786 687 165 (24%)
DENK Volt 727 631 144 (23%)
PvdD PRO 607 564 69 (12%)

De PvdD bijvoorbeeld stemde 607 keer anders dan PRO; in 564 daarvan was de coalitie eensgezind, en 69 keer ging de PvdD mee. Volt staat tweede, na de SGP. Daarna loopt het geleidelijk af, met ChristenUnie op 60 en SP op 56 procent. Het patroon is gradueel en niet uniek voor Volt. De 277 stemmingen veranderden ook geen uitslag: Volt was in geen enkele stemming beslissend. Wat er in die stemmingen op het spel stond, hebben we niet beoordeeld.

Beslissende stem: nul keer, met één zetel

In geen van de 4099 stemmingen was de uitslag anders geweest zonder Volt. Met één zetel ben je alleen beslissend als het heel nipt is. Lid Keijzer, de andere eenmansfractie, was het drie keer. Fracties met drie zetels waren 24 tot 35 keer beslissend, PRO met twintig zetels 229 keer. Of Volt samen met andere kleine fracties de doorslag gaf, hebben we niet gemeten.

Kleine fracties gaven zelden de doorslag, Volt nooit

Aantal stemmingen met handopsteken waarin de uitslag zonder de zetels van de fractie anders was geweest, fracties met hoogstens drie zetels (tussen haakjes), sinds 23 februari 2026, op 3.791 tot 4.099 stemmingen per fractie. Of kleine fracties samen de doorslag gaven, is niet gemeten.

Bekijk de cijfers als tabel
Fractie (zetels)Beslissend
BBB (3)35
ChristenUnie (3)35
SGP (3)34
DENK (3)25
PvdD (3)24
SP (3)24
50PLUS (2)32
Lid Keijzer (1)3
Volt (1)0
Bron: Tweede Kamer, open data (stemmingen), stand 31 oktober 2026

Wat de cijfers wel en niet zeggen

Volt krijgt 46 procent van de gestemde moties aangenomen, zesde van de oppositie, tegen 71 procent bij PRO: één zetel tegen twintig. Telt mede-indienen mee, dan is het 64 tegen 75 procent. In de Kamer is Volt–PRO het derde meest gelijkstemmende paar, achter CDA–VVD en CDA–D66 en vóór D66–VVD. Wijkt Volt af, dan gaat de fractie vaker wel dan niet met een eensgezinde coalitie mee, zoals meer kleine fracties. Met één zetel gaf Volt nooit de doorslag en Lid Keijzer drie keer op 3791 stemmingen; of kleine fracties samen de doorslag gaven, hebben we niet gemeten.

De cijfers gaan alleen over moties en stemmingen, en niet over kiezers. Debatten, schriftelijke vragen, amendementen, initiatiefwetten en commissiewerk vallen erbuiten, net als de inhoud en het gewicht van een motie, en de vraag of het kabinet een aangenomen motie uitvoert.


Verantwoording

Periode en bron. Moties ingediend en stemmingen met handopsteken van 23 februari 2026 tot en met 31 oktober 2026. Bron: open data van de Tweede Kamer, stand van 31 oktober 2026. In totaal 4067 moties en 4099 stemmingen. De begindatum is de dag waarop het kabinet-Jetten werd benoemd (koninklijk besluit van 23 februari 2026, Kamerstuk 36 848, nr. 104).

Definities. Rendement: aangenomen moties gedeeld door aangenomen plus verworpen moties. Ingetrokken, aangehouden, overgenomen, vervallen en nog niet gestemde moties tellen mee in het aantal ingediende moties, maar niet in het rendement. Een motie telt mee bij de fractie van de eerste indiener; in een tweede telling bij elke fractie die hem indiende. Onder 30 gestemde moties noemen we het aantal klein. Ontraden: het kabinet gaf de motie het oordeel ontraden. Oordeel Kamer: het kabinet liet het oordeel aan de Kamer. Alleen of samen ingediend: alleen betekent zonder mede-indiener van een andere fractie; staat er minstens één coalitiefractie bij, dan telt de motie als samen met een coalitiefractie, anders als samen met andere oppositiefracties. Zetels: de gemiddelde fractiegrootte over de stemdagen in de periode. Overeenstemming: het aandeel stemmingen waarin twee fracties allebei voor of allebei tegen stemden, van de stemmingen waarin ze allebei stemden. Unaniem: alle fracties die stemden, stemden hetzelfde. Kleine oppositiefractie: hoogstens drie zetels. Mee met de coalitie: de fractie stemde anders dan de fractie waarmee ze het vaakst gelijk stemt, terwijl CDA, D66 en VVD alle drie hetzelfde stemden, en ze stemde zoals die drie. Beslissend: de uitslag was anders geweest zonder de zetels van de fractie. Een voorstel is aangenomen bij meer zetels voor dan tegen; bij een gelijke stand is het verworpen.

PRO. GroenLinks-PvdA en PRO tellen samen als PRO. In de open data is PRO actief vanaf 9 juni 2026 en GroenLinks-PvdA inactief per 10 juni 2026; doordat beide samen tellen, speelt die overlap van een dag geen rol. Overzichten die PRO pas vanaf juni tellen, kunnen voor Volt–PRO iets andere cijfers geven.

Afronding. Percentages zijn half naar boven afgerond op hele procenten, berekend op vier decimalen. In de lopende tekst staat op twee plaatsen één decimaal: bij VVD 94,7, omdat afgerond 95 hoger lijkt dan het is, en bij Volt–PRO 89,3. In de grafiek van de paren staat overal één decimaal, omdat de verschillen tussen de paren klein zijn.

Niet gemeten. Kiezers en hun motieven. Werk buiten moties en stemmingen (debatten, schriftelijke vragen, amendementen, initiatiefwetten, commissiewerk). De inhoud en het belang van moties, en of aangenomen moties worden uitgevoerd. Of een fractie samen met andere kleine fracties de doorslag gaf. Stemverklaringen en Kamerdebatten.

Bij de cijfers. Bij 2 van de 4099 stemmingen wijkt de uitslag die we uit de zetels berekenen af van het besluit in de bron. Die stemmingen tellen mee zoals de zetels zeggen. Vijf stemmingen eindigden in een gelijke stand. Een fractie met tegenstrijdige stemregels bij één besluit telt bij dat besluit niet mee.

Volt in de fractiemonitor →