BLUNT&PULPBotte feiten.
Botte opinie.
Pulp · Opinie

Een klimaatdoel met te weinig gereedschap

Het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA houdt vast aan 55 procent minder uitstoot in 2030 en zet er eigen middelen voor in. Volgens het planbureau blijft de kans op dat doel ook dan onder de 5 procent. Wie het doel blijft noemen, moet zeggen waarmee het gehaald wordt.

Pulp · 2 november 2026 · De feiten

Een grote krantenpers, een illustratie uit 1911, in roze met scanlijnen
Beeld: bewerking van een illustratie uit Webster's New Illustrated Dictionary (1911), gedigitaliseerd door Sue Clark, Wikimedia Commons, publiek domein.

Op basis van: Bijna twee derde van 96 D66-beloften over wonen en klimaat ontbreekt in akkoord en begroting

Het coalitieakkoord “Aan de slag” zegt het zelf: “Het klimaatdoel van 2030 wordt lastig, maar we houden die ambitie vast.” Dat is eerlijk. Maar wie een ambitie vasthoudt, moet ook de middelen hebben om haar te halen. Daar schiet het beleid tekort.

Blunt legde 96 toetsbare beloften van D66 over wonen en klimaat naast het akkoord en de ontwerpbegroting voor 2027. Drie staan erin in dezelfde vorm, alle drie over wonen. Vijfentwintig kregen een andere vorm, acht lopen, zestig ontbreken. Van de 49 klimaatbeloften staat er geen enkele in dezelfde vorm in; elf kregen een andere vorm, drie lopen en 35 ontbreken.

Ander gereedschap, en te weinig

Het akkoord komt niet met lege handen. Het investeert in wind op zee via Contracts for Difference voor 40 GW, kondigt een Crisiswet Netcongestie aan, noemt een Nationaal Isolatie Offensief, gaat door met maatwerkafspraken met clusters en gebieden en werkt aan “tenminste vier nieuwe kerncentrales”. Die vier zijn de uitkomst van het compromis; D66 noemde er in zijn programma twee. Daar gaat de coalitie verder dan D66 vroeg. Maar het planbureau gaat uit van “nieuwe kerncentrale(s) operationeel in 2040”. Voor het doel van 2030 komen ze te laat.

De eigen instrumenten van D66 vond Blunt grotendeels niet terug: de vlaktaks in de energiebelasting, de minimumprijs voor CO2 buiten de Europese emissiehandel, een afbouwpad met einddata per fossiele subsidie, een einddatum voor fossiele technieken per sector, de verantwoordelijkheid van netbeheerders voor genoeg netcapaciteit.

Wat het akkoord wel inzet, verandert het vooruitzicht volgens de Klimaat- en Energieverkenning 2026 niet. In het basispad, dat rekent met het beleid op 1 januari 2026, vóór het akkoord, is de kans kleiner dan 5 procent dat de 55 procent wordt gehaald. Met het beleid uit het akkoord erbij, voor zover het al was uitgewerkt, “blijft de kans minder dan 5 procent”. Het gat lag er al, en het akkoord dicht het volgens het planbureau niet.

Op een paar punten kiest de coalitie bovendien de andere kant. In het akkoord schaft ze de nationale CO2-heffing voor de industrie af, voor een gelijk speelveld in Europa. Dat is een argument, maar het verandert de richting niet: de heffing gold voor andere sectoren dan waar D66 een minimumprijs wilde, en de koers is tegengesteld. In hetzelfde akkoord staat “we blijven gas winnen op de Noordzee”, waar D66 die winning uiterlijk voor 2040 wilde beëindigen. Het kabinet verlengt volgens de Miljoenennota de korting op de dieselaccijns in 2027, en de begroting verlaagt het hoge tarief van de vliegbelasting. Dat is geen stilte. Dat zijn keuzes.

Het sterkste tegenargument

Het akkoord is een compromis van D66, VVD en CDA, die samen een minderheidskabinet vormen. Dat wonen er beter afkomt dan klimaat, kan juist de prijs van dat compromis zijn: D66 haalde binnen waar het kon en leverde in waar de partners iets anders wilden. Dat valt uit dit materiaal niet te weerleggen. Blunt meet alleen D66; de beloften van VVD en CDA blijven buiten beeld, ook als ze het akkoord wel haalden. Bovendien telt elke belofte even zwaar, of het nu een klimaatdoel is of een paspoort voor producten, en dat er in het klimaatdeel geen enkele in dezelfde vorm staat, is de uitkomst van die maat. Daarbij komt dat de begroting een ontwerp is, dat de peildatum negen maanden na het akkoord ligt en dat veel beloften tot 2030 of later lopen. En “ontbreekt” betekent: niet gevonden in akkoord en begroting, niet dat het nooit komt.

Die lezing weegt zwaar. Het verschil tussen wonen en klimaat is daarom geen bewijs tegen D66; het kan net zo goed de ruil zijn die drie partijen sloten. Wat overeind blijft, is het doel. De coalitie houdt in het akkoord vast aan 55 procent in 2030, en het planbureau rekende het beleid uit dat akkoord, voor zover uitgewerkt, al mee. Een compromis verklaart waarom de middelen anders zijn dan D66 wilde. Het verklaart niet waarom een kabinet een doel aanhoudt waarvoor zijn eigen middelen, voor zover uitgewerkt, volgens het planbureau niet volstaan. Het kabinet kan antwoorden dat veel van zijn gereedschap pas later werkt: de 40 GW wind op zee is een doel voor 2040, en ook de kerncentrales zijn pas rond 2040 klaar. Dat klopt. Maar daarmee is het een antwoord voor 2040, niet voor 2030.

Daar ligt ook de eis aan D66. Niet omdat het klimaatdeel slechter scoort dan het woondeel, maar omdat D66 de meeste stemmen kreeg en de premier levert. Van de grootste partij in een kabinet mag worden gevraagd dat doel en middelen bij elkaar passen, wie er aan tafel ook inleverde.

Het argument van de tijd werkt hier andersom. Voor 2040 en 2050 is bijsturen nog mogelijk; voor 2030 is tijd het schaarste middel dat er is. Het voorbehoud bij “ontbreekt” nemen we over: dit commentaar beweert niet dat beloften zijn gebroken. Maar bij de CO2-heffing, de Noordzee, de diesel en de vliegbelasting gaat het niet om iets wat nog niet gevonden is. Daar ligt een besluit.

De komende maanden zijn daarom geen formaliteit. In het vierde kwartaal van 2026 wil het kabinet een wijziging van de Klimaatwet in consultatie brengen, en voor het voorjaar van 2027 zijn maatregelen voor het doel van 2040 aangekondigd. Daar hoort het antwoord te liggen: met welke instrumenten het kabinet de 55 procent in 2030 nog denkt te halen. Lukt dat niet, dan moet het kabinet zeggen wat het planbureau al zegt: dat het doel zo vrijwel zeker niet gehaald wordt. En D66 moet, als grootste partij, bij de behandeling van deze begroting laten zien welke van zijn eigen instrumenten het alsnog op tafel legt.

Een doel vasthouden met te weinig uitgewerkt gereedschap om het te halen, is nog geen plan voor 2030. Het is een voornemen.

Pulp

Meer in Pulp →