BLUNT&PULPBotte feiten.
Botte opinie.
Pulp · Opinie

Bij Focus moet de eindevaluatie er zijn vóór de volgende ronde

Vijf jaar lang ging 1,29 miljard euro naar 42 partnerschappen van maatschappelijke organisaties. Toen het kabinet de opvolger, Focus, ontwierp, kon er nog geen eindbalans zijn. Een adviescommissie waarschuwde daar in 2021 al voor. Bij Focus moet het kabinet daarom vastleggen en openbaar maken wanneer de eindevaluatie klaar is, en die vóór de volgende ronde plannen.

Pulp · 5 november 2026 · De feiten

Een ivoren vouwmeter met een koker, uit de late achttiende eeuw, in roze met scanlijnen
Beeld: bewerking van een foto van een vouwmeter uit de late 18e eeuw, Cooper Hewitt, Smithsonian Design Museum, Wikimedia Commons, publiek domein.
Delen

Op basis van: Kabinet plande aanvragen voor zes van de acht nieuwe middenveldsubsidies vóór het einde van de oude programma's

Van 2021 tot en met 2025 betaalde het Rijk 42 partnerschappen van maatschappelijke organisaties onder het beleidskader Versterking maatschappelijk middenveld (VMM). Samen kregen ze 1,29 miljard euro. Ze moesten lokale organisaties sterker maken en hun meer ruimte geven om invloed uit te oefenen.

Wat leverde dat op? Voor het kader als geheel vond een meta-evaluatie geen sterk bewijs van de omvang van de resultaten. Dat zegt niet dat het niets opleverde. Het zegt dat niet vaststaat hoeveel het opleverde. En toen het kabinet de opvolger ontwierp, kón er ook nog geen eindbalans zijn.

Dezelfde fout, twee keer

In februari 2021 schreef de externe adviescommissie VMM dat de evaluaties van de vorige partnerschappen “nog niet waren uitgevoerd op het moment dat de aanvragen ingediend moesten worden”. Ze vroeg om een planning waarin de eindevaluatie van de ene ronde past in de volgende tender.

Vier jaar later plande het kabinet de nieuwe ronde op dezelfde manier. Volgens de planning van de opvolger, het kader Focus, moesten bij zes van de acht instrumenten (onderdelen van Focus, elk met een eigen aanvraagronde) de voorstellen uiterlijk op 31 december 2025 binnen zijn. Dat is de dag waarop de VMM-programma’s afliepen. Een eindevaluatie van de hele looptijd kon er toen nog niet zijn. Bij zes van de acht instrumenten is de waarschuwing van 2021 volgens de planning dus niet opgevolgd.

Een belofte, en wat er ligt

In 2019 beloofde het kabinet een onafhankelijke evaluatie van het kader, “uit te voeren eind 2023”. Die evaluatie zou kijken naar het vorige kader (Samenspraak en Tegenspraak) en de eerste drie jaar van VMM, en zou “vroegtijdig input kunnen geven” voor de samenwerking na 2025.

Wat Blunt vond, was een meta-evaluatie van het onderzoeksbureau ADE. Die verscheen op 29 november 2024, samen met andere rapporten over het kader. Ze onderzocht niet de programma’s zelf, maar 46 tussentijdse evaluaties die de partnerschappen en de Leading from the South-fondsen hadden laten maken. Een evaluatie van Samenspraak en Tegenspraak vond Blunt niet. Wie de meta-evaluatie ziet als invulling van de belofte, moet erbij zeggen dat ze bijna een jaar na het beloofde “eind 2023” verscheen.

Over het kader als geheel vond ADE “no strong evidence of the extent of the results”: geen sterk bewijs van de omvang van de resultaten. Voor 1,29 miljard euro aan partnerschappen vindt Pulp dat een mager antwoord van het Rijk op de vraag wat het opleverde. Niet omdat het geld slecht besteed zou zijn, maar omdat de omvang van wat het opleverde niet vaststaat.

Een nieuwe meetlat voordat de oude is afgelezen

In 2021 legde het Rijk vast wat als succes telde: sterkere lokale organisaties en meer invloed. Bij het fonds Power of Voices telden de indicatoren onder meer hoeveel wetten en beleidsmaatregelen veranderden of beter werden uitgevoerd dankzij maatschappelijke organisaties. In 2025 schreef het kabinet dat het hele VMM-kader werd gekenmerkt door indicatoren die “lastig zijn om goed en op consistente wijze te meten”. Focus kiest indicatoren “met de nadruk op direct behaalde resultaten”.

Misschien is dat een betere meetlat. Maar wie na vier jaar zegt dat de oude meetlat lastig was, moet eerst laten zien wat die meetlat wél liet zien. Anders blijft de vraag liggen wat VMM opleverde, en begint Focus met een andere meetlat, zodat de uitkomsten van VMM en Focus mogelijk niet te vergelijken zijn.

Het sterkste tegenargument

Er is een goed argument tegen dit commentaar. Als kaders van vijf jaar op elkaar aansluiten, kan de eindevaluatie van de lopende ronde er nooit zijn als de volgende tender begint. De belofte van 2019 ging dan ook over een evaluatie halverwege, niet over een eindevaluatie. De tussentijdse evaluaties en de meta-evaluatie zijn juist het antwoord op het probleem met de timing.

En het kabinet heeft ze gebruikt. Uit de tussentijdse evaluaties en een eerdere evaluatie van de IOB, een evaluatiedienst, over seksuele en reproductieve gezondheid en rechten bleek volgens het kabinet dat een combinatie van pleitbezorging en dienstverlening “een effectieve aanpak is”. Uit de meta-evaluatie haalde het dat samenwerkingsverbanden vaak bewerkelijk zijn en lokaal eigenaarschap soms onvoldoende bevorderen. Focus legt meer nadruk op dienstverlening en lokale organisaties. In augustus 2025 schreef de IOB bovendien dat programma’s van het ministerie van Buitenlandse Zaken (BZ) “doeltreffend op de korte termijn” waren. Daarbij komt dat Focus een bezuiniging is, met 490 miljoen euro voor 2026–2030, en dat ruimte en invloed van maatschappelijke organisaties nu eenmaal moeilijk te tellen zijn.

Dat argument klopt deels. Er waren tussentijdse lessen, ook positieve, en het kabinet gebruikte ze voor de opzet van Focus: hoe partners samenwerken, wat ze doen en hoe ze rapporteren. Dat erkent Pulp.

Maar het argument beantwoordt niet de vraag die ertoe doet: wat leverde 1,29 miljard euro op? Een uitspraak over een effectieve aanpak gaat over hoe je werkt, niet over de omvang van de resultaten van het hele kader. De rapportage van de IOB gaat over meer dan VMM, namelijk over BZ-programma’s van 2018 tot en met 2024, en verscheen na de presentatie van Focus. Lessen over de werkwijze zijn geen eindbalans.

En de redenering dat aansluitende kaders een eindevaluatie onmogelijk maken, is precies het probleem dat de adviescommissie in 2021 noemde. Een planning is een keuze. Er zijn andere keuzes: een eindevaluatie die eerder afsluit, bijvoorbeeld na vier jaar in plaats van vijf, of een korte overbrugging tussen twee kaders. Zo’n eindevaluatie is iets anders dan de tussentijdse: ze meet de omvang van de resultaten over bijna de hele looptijd, niet alleen lessen over de werkwijze. Die keuzes kosten iets: minder jaren in de evaluatie, of een jaar extra financiering zonder nieuwe ronde. Maar ze zijn te maken. En als het kabinet ze niet maakt, kan het in elk geval vooraf zeggen dat het zonder eindbalans beslist. Een bezuiniging maakt een eindbalans niet minder nodig, maar juist meer: wie moet kiezen wat overblijft, wil weten wat werkte.

Wat er moet gebeuren

Drie dingen.

Eén: het kabinet maakt openbaar wanneer de eindevaluaties van de VMM-programma’s binnen moeten zijn. Die datum vond Blunt niet in een openbare bron. Daarna maakt het de eindbalans van VMM openbaar, ook nu Focus al loopt.

Twee: voor Focus legt het kabinet vast en maakt het openbaar wanneer de eindevaluatie klaar is. Focus loopt van 2026 tot en met 2030, en het kabinet reserveert 0,3% van het budget voor een centrale nulmeting en een externe evaluatie. Die evaluatie moet klaar zijn voordat de aanvragen voor een volgend kader binnen moeten zijn. Dat kan zonder gat in de financiering van lokale organisaties: met een evaluatie die eerder afsluit, of met een overbrugging. Kiest het kabinet daar niet voor, dan zegt het dat vooraf, met de reden.

Drie: als het kabinet een meetlat vervangt, laat het eerst zien wat de oude meetlat liet zien. Ook als de oude indicatoren lastig te meten waren.

De adviescommissie zei het in 2021 al. Het is aan het kabinet om ervoor te zorgen dat Pulp het in 2030 niet opnieuw hoeft te schrijven.

Pulp

Meer in Pulp →

Delen